UN1EK onderwijs

De basisopdracht van UN1EK onderwijs is om goed onderwijs te bieden aan de kinderen die ingeschreven zijn. In de wet zijn de onderwijsdoelen beschreven. Het onderwijs moet doen aan persoonlijkheidsvorming, sociale vorming en arbeidstoeleiding. De basisvakken en basisvaardigheden zijn uitgangspunt voor de inrichting van het onderwijs. De basis moet op orde zijn.


Er is in Nederland vrijheid van onderwijs. De overheid heeft brede kaders geformuleerd in zogenaamde kerndoelen. De vrijheid van onderwijs maakt het voor onderwijslocaties mogelijk om eigen keuzes te maken en een eigen ‘kleur’ te geven aan de inrichting van het onderwijs. Alle scholen en IKC’s maken keuzes gericht op de doelgroep kinderen die uitgewerkt worden in een visie en profiel.

Wet Passend Onderwijs

Sinds 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht. Met de komst van deze wet hebben scholen zorgplicht gekregen. De zorgplicht houdt in dat scholen verantwoordelijk zijn voor een passende plek voor een leerling. Als een kind extra ondersteuning nodig heeft is het aan de school om dat samen met de ouders te organiseren. Dat kan op de eigen school, dat kan op een andere school of in een speciale onderwijsvoorziening.


De doelen die de overheid met deze wet voor ogen heeft zijn:

1. dat alle kinderen een passende plek in het onderwijs krijgen;

2. dat als het kan een kind naar een reguliere school gaat. Als dat niet kan, naar een school in het speciaal onderwijs;

3. dat scholen meer mogelijkheden krijgen voor ondersteuning op maat;

4. dat de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte van kind bepalend zijn, niet de beperkingen;

5. dat kinderen niet meer langdurig thuis komen te zitten.


Het samenwerkingsverband ‘onderwijs dat past’ zet zich in voor passend onderwijs in de regio. Alle schoolbesturen in Schiedam, Vlaardingen en Maassluis zijn aangesloten bij dit samenwerkingsverband. De opdracht is om in gezamenlijkheid kinderen een goede plek op de juiste school te bieden. Alle onderwijsvoorzieningen van UN1EK werken met een ondersteuningsprofiel. In dit profiel is beschreven welke mogelijkheden een school kan bieden waar het gaat om kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte. In 2017 is er één keer sprake geweest van een verwijderingsprocedure omdat de locatie niet in staat was een passend onderwijsaanbod te realiseren. In samenspraak met het samenwerkingsverband is plaatsing naar speciaal onderwijs gerealiseerd.

Kwaliteit onderwijs

Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit binnen de door de overheid gestelde kaders. Intern worden de ontwikkelingen op het gebied van onderwijs gevolgd en waar nodig bijgestuurd. Naast intern toezicht is er sprake van extern toezicht door de onderwijsinspectie. De onderwijsinspectie voert sinds 2008 voor alle basisscholen jaarlijks een risicoanalyse uit. Dit leidt tot een inschatting van het risico op onvoldoende kwaliteit volgens vooraf gestelde criteria. De onderwijsinspectie maakt gebruik van drie bronnen voor de risicoanalyse:

- de leerresultaten van de leerlingen;

- signalen uit de samenleving (bijvoorbeeld klachten of krantenartikelen);

- kengetallen en jaarstukken uit voorgaande jaren (kwaliteitsontwikkeling, personeel, leerlingen, financiën).


Eén van de onderdelen van de risicoanalyse van de onderwijsinspectie betreft de eindresultaten van de scholen. De meeste scholen namen in 2016 de CITO eindtoets af. Basisschool Het Anker koos voor de digitale eindtoets van Route8. SBO De Parasol maakt gebruik van de drempeltoets, een toets die geschikt is voor de doelgroep kinderen in het speciaal basisonderwijs. Deze toets wordt niet vergeleken met landelijke scores. De ondergrens van de score geeft de minimumkwaliteit aan waaraan de school moet voldoen. Scholen die onder die minimumgrens scoren worden als onvoldoende beoordeeld. Bij de beoordeling en normering wordt rekening gehouden met de doelgroep kinderen. De CITO-eindscores in 2017 laten zien dat 11 van de 15 reguliere basisscholen voldoende eindresultaten laten zien zoals verwacht mag worden van de doelgroep kinderen. Vier scholen laten resultaten zien onder de ondergrens. Met deze scholen is gekeken naar een verklaring hiervoor en is een plan opgesteld om de resultaten in de komende jaren op niveau te krijgen en te houden. De SBO school is hierbij buiten beschouwing gelaten.


Het kwaliteitsbeleid voor de onderwijskwaliteit is in 2017 geformuleerd en voor alle medewerkers inzichtelijk gemaakt aan de hand van een poster.

Toezichtkader

Met ingang van augustus 2017 hanteert de onderwijsinspectie een nieuw toezicht kader. Er wordt gekeken naar de deugdelijkheidseisen zoals deze in de wet gesteld worden. Daarnaast is er ook ruimte voor de eigen aspecten van kwaliteit zoals het bestuur deze geformuleerd heeft. Deze kwaliteitsaspecten hebben betrekking op de ambities en doelen die een bestuur zelf stelt. Dit gaat verder dan basiskwaliteit. Vanuit de stimuleringsfunctie onderzoekt de inspectie hoe deze elementen bijdragen aan (de continue en duurzame verbetering van) de onderwijskwaliteit. De inspectie voert het gesprek hierover met scholen en besturen en in rapporten maakt de inspectie helder onderscheid in oordelen die voortvloeien uit de deugdelijkheidseisen, en bevindingen die gaan over eigen aspecten van kwaliteit. Uitgangspunt is dat het onderwijsbestuur zelf de verantwoording draagt voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Het bestuur moet zelf scherp monitoren op de onderwijskwaliteit.

Kritische prestatie indicatoren

Op gebied van onderwijs, opvang en kwaliteit heeft de werkgroep OOK samen met belangrijke stakeholders de kritische prestatie indicatoren benoemd en uitgewerkt. Het bestuur is uiteindelijk eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de organisatie en daarmee ook voor de kwaliteit van het onderwijs. De onderwijskwaliteit wordt bepaald door een groot aantal indicatoren. De werkgroep Onderwijs Opvang en Kwaliteit (OOK) heeft een overzicht met prestatie indicatoren opgesteld die bepalend zijn voor de kwaliteit van onderwijs. De directeuren en managers hebben gezamenlijk bepaald welke prestatie indicatoren kritiek zijn, willen we de onderwijskwaliteit op korte termijn binnen de gehele organisatie op orde houden en zelfs om nog verder te verbeteren.


De kritische prestatie indicatoren die vastgesteld zijn, waar op gestuurd wordt en die gemonitord worden zijn:

  1. Veiligheid: hierbij gaat het om voornamelijk emotionele veiligheid: nieuwsgierig zijn, zelfvertrouwen hebben en geen emotionele belemmeringen ervaren, uitgaan van competenties, autonomie en relatie, het bieden van een passend aanbod.
  2. Zicht op ontwikkeling: het volgen van de ontwikkeling van kinderen (in brede zin), het analyseren van de resultaten en het bespreken er van met ouders
  3. Didactisch handelen: hierbij verstaan we onder andere didactisch gedrag, instructievaardigheden, interactievaardigheden, groepsmanagement
  4. Ondersteunend en stimulerend schoolklimaat: hierbij verstaan we binnen een professionele cultuur, waarin verantwoording geven, nemen en afleggen gewoongoed is, waar gewerkt wordt aan een uitdagende en rijke leeromgeving, met een effectief klassenmanagement, waar de expertise van medewerkers passend wordt ingezet.
  5. Doelen, evaluatie en monitoring: de aanwezigheid van en kwaliteit van onder andere meerjarenplannen, jaarplannen, verbeterplannen en beleidsplannen; vanuit de Plan, Do, Check, Act cyclus.
  6. De uitwerking van de kritische prestatie indicatoren in SMART doelen is opgenomen in het digitale handboek Manual Master Starling. Aan de hand van de managementrapportages monitort het bestuur de indicatoren.

Interne audits

In 2017 zijn 16 medewerkers (directeuren, managers, medewerkers servicebureau en intern begeleiders) door bureau BMC getraind om interne audits als kwaliteitsspiegel bij UN1EK in te zetten. Het uitgangspunt is om de inhoudelijke kwaliteit van pedagogisch handelen en onderwijskundige ontwikkelingen binnen onderwijs door middel van een interne audit in kaart te brengen. Deze medewerkers vormen vier teams van auditoren.


UN1EK heeft de ambitie om met behulp van interne audits in de toekomst het volgende te bereiken:

- Binnen UN1EK is sprake van een gemeenschappelijk werkkader op het gebied van onderwijskwaliteit en pedagogische kwaliteit;

- Medewerkers (i.c. interne auditteams) geven feedback op de kwaliteit van elkaars scholen/IKC’s (stimuleren van school/IKC ontwikkeling);

- Directeuren gaan op basis van de uitkomsten van de audits aan de slag met de kwaliteitsontwikkeling op hun eigen school/IKC;

- Het bestuur heeft zicht op de kwaliteitsontwikkeling van de scholen/IKC’s (monitoring; intern toezicht)


In de tweede helft van 2017 hebben op vier locaties audits plaatsgevonden. Dit was spannend voor zowel de medewerkers op de locaties als de auditoren. De auditteams werden de eerste keer begeleid door de externe trainers. De rapportages worden uitgewerkt en gedeeld met de teams. De rapportages geven de locaties handvatten om verder te werken aan de verbetering van de onderwijskwaliteit.